Interview Kie Ellens

Wanneer ik bij Kie door de deur naar binnen stap, begint het gesprek gelijk en laat hij me verschillende, door hem verzamelde, werken zien. In de benedenkamer hangt een kunstenaarsboek van Richard Tuttle ingelijst, in de vorm van tien losse bladen. Kie stelt me de retorische vraag: ‘Is dit een kunstenaarsboek?’. Een multiple van Tobias Rehberger staat op de grond, gekanteld tegen de muur.

Als we boven komen om daar het gesprek voort te zetten zie ik heel veel boeken. In een boekenkast, maar ook in stapels op de grond. “Dan begin je daar in de hoek en dan ga je door tot aan de andere kant, dan is dat vol en dan begin je aan een nieuwe rij daarvoor. Het werkt niet meer, want ik kan er niet meer bij. Ik ben nu in het stadium dat ik soms een boek opnieuw koop, omdat ik denk ‘wat een goed boek, dat wil ik hebben’. En dan heb ik het al.”

Hoe is het verzamelen begonnen?

“Sommige mensen moeten op de academie in hun atelier zitten om uit te vinden wat hun werk is. Ik ben iemand die leert door te kijken. Op de academie reisde ik al om het werk van kunstenaars te bekijken en begon toen ook de catalogi te kopen om me meer in het werk te verdiepen. Dit ben ik altijd blijven doen. Goede kunst geeft je een ervaring van ‘realiteit’. Dat betekent ook dat het boek een werk an sich is. Toen ik op de academie zat, kende ik Tuttle’s werk al, maar de eerste keer dat ik zijn werk in het echt zag, was in ’79. Ik volg meerdere kunstenaars, maar Tuttle is de enige kunstenaar die ik in al die jaren nooit weg is geweest. Op een gegeven moment, dat was 2004 geloof ik, heb ik hem voor een project in de openbare ruimte uitgenodigd. Ik stelde hem de vraag “ Denk je dat je werk fotografie in de openbare ruimte kan zijn?” Zijn antwoord luidde ‘Ja als jij voor mij een gebouw uit de eerste helft van de 17e eeuw kunt vinden.’ Het project is later het onderwerp geworden van het kunstenaarsboek dat ik met hem gemaakt heb (Dogs in a Hurry, verkrijgbaar in de ArtisBookshop). De werkrelatie die hierdoor ontstond is uitgegroeid tot een dierbare vriendschap.”

“Inmiddels heeft hij 330 solotentoonstellingen gehad en er zit geen één bij waarbij hij hetzelfde werk heeft laten zien. Je kunt hem bijna met geen andere kunstenaar vergelijken. Daarnaast doet Tuttle dingen in zijn boeken die je nergens anders in zijn werk tegenkomt. Bij hem is zo een parallel oeuvre ontstaan dat voor hem gelijkwaardig is aan wat het ‘echte’ werk genoemd wordt. Hij probeert dat zo open mogelijk te benaderen.

Bedoel je dat hij een onderzoekende houding heeft?

“Het werk van bijvoorbeeld John Bock ziet er anders uit dan het werk van Tuttle, maar waar ik op val, is dat beide binnen hun werk naar een soort realiteit zoeken. Vanuit de gedachte dat kunst er is om een kwaliteit van leven te definiëren. Wat betekent het om mens te zijn?”

“John Bock heeft naar aanleiding van de tentoonstelling ‘The Pappenheimer’ bij Kunstverein Hamburg in 2013 een begeleidende catalogus gemaakt. Tijdens de tentoonstelling konden bezoekers naast kleine objecten, sculpturen en geluid- en video installaties, ook geuren ruiken. De catalogus, Odor-Heimer, bestaat uit een doosje met vier geuren en een mindmap van Bock.”

De vraag wanneer iets ophoudt een ‘kunstenaarsboek’ te zijn behoeft, voor wat betreft Kie, geen antwoord. “Ik ben op zoek naar waar een kunstenaarsboek ophoudt een kunstenaarsboek te zijn. Ik probeer ‘niet te weten’ wat een kunstenaarsboek is, het open en zonder oordeel te benaderen. Ik ben nieuwsgierig naar wat het kan zijn.”

Tijdens de WKB18 laat Kie in de benedenverdieping van zijn huis elke dag een andere tentoonstelling zien. Hij maakt een selectie bij een, door hem van te voren bedacht, onderwerp. Het kan gaan over vorm, inhoud, techniek, concept.

Daarnaast is het collector's item dat hij voor ARTisBOOK bedacht te zien. Alle kunstenaarsboeken die hierin afgebeeld staan zijn worden tijdens de Week van het Kunstenaarsboek getoond.

Dagelijks geopend van 16:00 tot 19:00 uur.

Check www.artisbook.nl voor actuele informatie.