Interview David Stroband

Heb je al een idee voor een setting?

“Hier aan deze tafel, op dezelfde plek als waar jij nu zit, met een paar stoelen extra. Hier heb ik ook wel eens met studenten gezeten in een soort lesvorm. Dan heb ik er een aantal boekjes liggen en daar vertel ik wat over. Misschien is het goed om dat nu ook te doen.”

Dat is goed. Vertel!

“Parse van John Baldessari vind ik een kunstenaarsboek, omdat het zo’n uitgesproken boek is. Het boek gaat over kijken. Er staan allemaal beelden uit historische films in, die op een bepaalde manier met elkaar worden gecombineerd. Er worden fragmenten uit foto’s getoond en dan heel langzaam, van de fragmentatie van foto’s, ga je naar de volledige foto’s toe. Dat is een heel mooi proces, want dan zie je dus hoe beeld kan manipuleren, maar ook de mogelijkheid geeft het zelf in te vullen. Zo verbeeldingsvol als het is. Ik vind het een heel erg waardevol boek.”

Is het boek door Baldessari zelf gemaakt?

“Het is voor mij altijd moeilijk om het kunstenaarsboek te onderscheiden van een catalogus. Vaak zijn kunstenaars nauw betrokken in de samenstelling van catalogi, zo ook bij Pure beauty van John Baldessari. Je ziet heel duidelijk de fragmentatie die je ook zou kunnen herkennen in zijn werk.”

Kijk je vaker terug in een boek?

“Ja, ik kijk er vaak in terug maar misschien niet vaak genoeg. Tenminste, als ik het doe, wordt ik er altijd heel blij van. Ter voorbereiding op de tentoonstelling van Hans Peter Feldmann (Block C, 1 oktober t/m 6 november 2016) ben ik alle boeken van hem weer gaan bekijken, omdat ik voor de tentoonstelling een tekst over hem heb geschreven. Dat vond ik zo geweldig! Ik vroeg me af waarom het dan toch kan dat ik relatief weinig die boeken in kijk. Die staan in de kast en ik ben heel blij dat ik ze heb. Als ik een boek uitgeleend heb, dan ben ik me daar ook heel bewust van, maar als ze hier staan laat ik ze een beetje met rust. Laatst heb ik op een avond een boekje uit de kast gehaald en daar heb ik een uur in zitten kijken. Toen dacht ik ‘Wauw wat mooi, leuk’. Onregelmatig toch, het is niet dat ik die kast elke dag binnenstebuiten keer.”

Kon je ook verklaren waarom je er niet zo vaak in kijkt?

“Ik weet dat ze bestaan en daar ben ik heel blij om. Ik kom niet voor verrassingen te staan als ik er in kijk, zo gek is het nou ook weer niet. Wel neem ik vaak boekjes mee naar Minerva, dan laat ik ze zien en vertel er over.”

Als oud-student van Minerva weet ik dat je een fervent filmliefhebber bent. Hoe staat het kunstenaarsboek voor jou in verhouding tot film?

“Film is iets minder voor thuis. Ik kijk wel eens een film thuis, maar hou er teveel van om naar de bioscoop te gaan. Eigenlijk vind ik dat film in de bioscoop thuishoort. Je gaat er naartoe, je komt binnen, gaat zitten en het wordt donker. Je zit gezamenlijk te kijken. Een boek is echt voor thuis. Dan ga je in de stoel zitten of op de bank en dan ga je het bekijken en doorlezen. Dat is een intiem moment, dat vind ik wel echt fantastisch!”

Is het intieme een voorwaarde voor de ervaring?

“Ja, ik luister ook veel muziek, zoals je kunt zien. Je kunt muziek luisteren en een boek inkijken ook combineren, maar als je het echt goed wilt doen, dan luister je of alleen naar muziek of je kijkt alleen in een boek. Ik ben zelf erg van de combinaties, maar ik voel me toch minder geconcentreerd. Het meest bevredigend is als je helemaal in een boek zit en dat je verder geen afleiding hebt.”

Zorgt het intieme er ook voor dat je een band hebt met het boek?

“Dat voel ik altijd wel als ik een boek in kijk. Ik herinner me het moment dat ik het heb aangeschaft of gekregen van vrienden. Als ik een boek ga bekijken sta ik voor de kast en denk, ‘Ik ga dat boek eens even pakken’. Dan lees ik er in en bekijk ik het en dan zet ik het weer terug en dan pak ik een ander boek. Ik ben typisch zo’n lezer die alles door elkaar leest.”

Heb je wel eens iets via het internet gekocht?

“Bijna nooit. Als ik het wel heb gedaan, dan komt het omdat ik eerder in aanraking ben gekomen met het boek en het graag wil hebben. Los daarvan vind ik kopen via het internet te gefocust.”

Hoe heb je je boekenkast geordend?

“Totaal chaotisch. Ik heb wel favoriete plankjes waar boeken op staan die ik heel vaak laat zien. Dat is het dichtst bij de keuken, waar ik vaak zit. Voordat ik kunstgeschiedenis ging studeren, heb ik de bibliotheekacademie gedaan. Daar heb ik veel geleerd op het gebied van algemene vorming, literatuur en filosofie en psychologie, maar de ordening van boeken vond ik verschrikkelijk. Ik ben me altijd blijven verzetten tegen enige ordening, via systemen. Als vrienden van toen hier komen dan vinden ze de kast ook chaotisch, maar als ze beter kijken, dan zien ze er wel een systeem in.”

Halverwege mijn ontmoeting met David laat hij me zijn meest waardevolle exemplaar zien. Veel van de kunstenaarsboeken die hij me laat zien die worden aangevuld met een bijbehorende herinnering. Zo ook deze.

“Gisanne, dit (H.P.Feldmann. 1941) is mijn lievelingsboekje van Hans-Peter Feldmann. Die neem ik nooit mee naar Minerva en heb ik daar ook niet in de vitrinekast gelegd om tentoon te stellen, want het is een té dierbaar boekje. Het is een boekje uit, volgens mij, 2002 / 2003. Eens in de zoveel tijd zoek ik Hans-Peter Feldmann op in Düsseldorf. Aan het einde van een van onze afspraken gaf hij me dit boekje. Hij zei me het niet meteen open te maken, maar dit pas te doen zodra ik in de trein zou zitten. Dat heb ik toen gedaan en ik was echt….. het is zo persoonlijk. Het is zijn meest persoonlijke boekje, denk ik. Ik vind het heel mooi qua opmaak, qua openheid. Later heb ik het vrienden laten zien, die zijn werk ook een beetje kennen, en die zeiden ‘Ja, dit is wel echt een bijzondere’.”

In de boeken die we hebben besproken is op het oog veel te zien, weinig witruimte. Je zou kunnen zeggen veel lagen. Laat staan de lagen die je niet ziet, maar ervaart.

“Het moment dat ik meer lagen ontdek, maakt dat me heel gelukkig. Het brengt een soort ruimte in mijn hoofd die ik heel prettig vind. Het betekent dat de wereld eigenlijk rijker is dan je soms op het eerste gezicht ziet. Dat biedt me troost. Het geeft me heel veel plezier, een fijn gevoel. Dat je naar de wereld kijkt en het je mogelijkheden laat zien. Dat is voor mij denk ik wel het wezenlijke in de wereld. Toen ik kunstgeschiedenis studeerde was het helemaal niet zo logisch om over de wereld van Hans-Peter Feldmann, waar heel weinig over gepubliceerd was, te schrijven. Het hele jaar dat ik er mee bezig was, 9 maanden, een soort zwangerschap, dat is zo’n leuke periode. Dat zijn voor mij heel fijne momenten. Dat je veel ontdekt, van alles vindt. Het boek is ook wel iets voor mij, daarom kan ik me ook niet voorstellen dat het boek ooit zal verdwijnen, het is een object met een wereld er in. Die werelden in een boek gaan steeds meer herinneringen bevatten, omdat je het op verschillende momenten bekijkt en het aan mensen laat zien. Dan krijg ik daar reacties op en dan gaat zo’n boek leven. Het wordt een vergaarbak van interpretaties en verhalen, inzichten. Dat is eigenlijk wat een boek voor mij is, bedenk ik me nu.”